Bij een onderstandig vruchtbeginsel zijn de kroon- en kelkbladeren boven het vruchtbeginsel ingeplant. Je vindt de vrucht dus terug onder de kelk- en kroonbladeren. Voorbeelden zijn narcis en een courgetteplant.
Bij bovenstandige vruchtbeginsels zijn de kroon- en kelkbladeren onder het vruchtbeginsel ingeplant. Je vindt de vrucht dus boven de inplanting van de kelk- en kroonbladeren. Voorbeelden zijn tomaat of bonen, maar ook Scherpe boterbloem. Deze laatste soort heeft wel meer dan 1 vruchtbeginsel.