Wetland is eigenlijk de Engelse naam voor 'drasland', wat een gebied aanduidt dat zich bevindt op de grens tussen land en water. Vaak zijn het gebieden die nu eens onder water staan en dan weer droogvallen of drassig worden zoals moerassen, meren, overstromingsgebieden van rivieren, ondiepe stukken zee, mangrovebossen.
Waterrijke gebieden herbergen een enorme rijkdom aan planten en dieren. De drassige ondergrond zorgt voor een uitstekende basis van het voedselweb omdat het voor vele plantensoorten een ideale leefomgeving is. Hiervan is dan weer een rijke fauna afhankelijk.
Bovendien kunnen wetlands veel water opnemen en afgeven. Zo kunnen deze gebieden verhinderen dat rivieren overstromen en fungeren ze bij droogte als water reservoirs. Vaak herbergen deze gebieden ook verschillende vogels en zijn ze belangrijke rust- en voedselplaatsen tijdens de migratieperiode.
Gedurende de voorbije eeuw is de oppervlakte aan wetlands echter zeer sterk gedaald. Bovendien staan de nog resterende gebieden wereldwijd ernstig onder druk als gevolg van waterverontreiniging, waterverspilling, de aanleg van dammen en dijken en klimaatverandering. Hierdoor neemt ook de druk op de biodiversiteit in het gebied steeds meer toe. Sinds de Ramsar-conventie van 1975 is er gelukkig een internationale ommekeer gekomen. Verscheidene waterrijke gebieden kregen een beschermde status waardoor hun behoud verzekerd werd en een halt toegeroepen werd aan onoordeelkundig gebruik van de gebieden.

Het Vinne in Zoutleeuw kan beschouwd worden als een wetland, dat eerst na drainage is omgezet in landbouw-en bosgebied maar nu terug moerasgebied is geworden.