Verschraling is het verminderen van de hoeveelheid voedsel dat beschikbaar is voor de groei van de vegetatie.
Wanneer de natuurbeheerder verschraling beoogt op graslanden of andere vegetaties, wil hij de voedselrijkdom verminderen om zo tot een soortenrijkere vegetatie te komen. Hierbij probeert hij voornamelijk de voorraad stikstof(N), fosfaat (P) en kalium (K) te verminderen door deze voedingsstoffen met het gewas af te voeren. Afgekort noemen we deze belangrijkste voedingsstoffen vaak de NPK's.
Door de intensivering van de landbouw en door de luchtverontreiniging komen steeds meer meststoffen in de natuur terecht. Hierdoor worden graslanden productiever zodat de hoeveelheid gras en de opbrengst van het land verhoogt. Deze bemesting zorgt er echter ook voor dat het aantal soorten gras- en kruidachtigen op dit grasland achteruit gaat.
Niet alle gras- en kruidachtigen kunnen immers de competitie voor plaats en licht aan met enkele hoog-productieve soorten zoals Engels raaigras. Verschraling is een methode die dikwijls toegepast wordt in natuurbehoud en -ontwikkeling. Door te streven naar een vermindering van de voedselrijkdom wil men de structurele en floristische rijkdom van het grasland herstellen. De aanwezigheid van een soortenrijke en gevarieerde vegetatie is bovendien een eerste vereiste voor een grote soortenrijkdom aan insecten, vogels en kleine zoogdieren.
In werkelijkheid is er een bepaalde voedselbeschikbaarheid waarbij het aantal plantensoorten het hoogst ligt. De situatie waarbij het aantal soorten laag ligt bij gebrek aan voedingselementen komt echter in ons landschap bijna niet meer voor. We vinden bij ons voor het ogenblik vooral omstandigheden waarbij een overvloed aan voedende bestanddelen negatief werkt op de biodiversiteit.
De afvoer van voedingsstoffen gebeurt meestal door een maai- en/of extensief begrazingsbeheer. In dit laatste geval moet de mest wel afgevoerd worden. Eigenlijk worden voedingsstoffen door grazers anders niet uit het gebied verwijderd, maar over het gebied herverdeeld. Plaatselijk kunnen hierdoor wel voedselarmere situaties ontstaan.
Bax, I.H.W. & Schippers, W. (1997). Veldgids ontwikkeling van botanisch waardevol grasland. DLG&IKCN, Postbus 30, 6700 AA Wageningen, Publicatienummer C-18.
Zwaenepoel, A.(2000). Veldgids, ontwikkeling van botanisch waardevol grasland in West-Vlaanderen. Provinciebestuur West-Vlaanderen, Sint-Andries, 99p.