woordenboek    encyclopedie

Toekomstboommethode

“Bomen met toekomst”

definitie

De toekomstboommethode is een vorm van hoogdunning of gemengde dunning waarbij al vroeg wordt bepaald welke bomen in de toekomst het uitzicht van het bos zullen bepalen. Die bomen, de toekomstbomen, worden dan gemarkeerd en geholpen om goed te groeien door hun concurrenten regelmatig weg te zagen. Dunnen in functie van toekomstbomen gebeurt vanaf het moment dat de onderste takken op hun stam over een voldoende hoogte afgestorven zijn.

abstract

Het verschil met klassieke bestandsgewijze hoogdunning is dat daar de betere bomen steeds bevoordeeld worden door een slechtere weg te zagen. Definitieve keuzes worden dus zo lang mogelijk uitgesteld. Bij de toekomstboommethode wordt gekeken op het niveau van één boom; de beste bomen worden geselecteerd en krijgen maximaal de kans om zicht te ontwikkelen. Het is dus het verschil tussen veel bomen een beetje helpen of minder bomen heel veel helpen.
De toekomstbomen worden aangeduid wanneer ze het omslagpunt bereikt hebben. Dit is meestal het tijdstip waarop de onderste takken afgestorven zijn tot op 2/5 van de te verwachten eindhoogte van de boom (hoewel voor veel nobele loofboomsoorten 6-8 meter takvrije onderstam al lang volstaat). De bomen worden herkenbaar gemaakt door er een touwtje rond te binden of door er drie blauwe verfstippen op te spuiten. Bij naaldbomen kunnen de toekomstbomen opgesnoeid worden. Op die manier blijven de bomen lange tijd herkenbaar en verhoogt de houtkwaliteit omdat een mooie takvrije stam bekomen wordt. Na enkele dunningen onderscheiden toekomstbomen zich vanzelf van de andere bomen in het bos door hun grotere kruin en dikkere stam.
Het aantal toekomstbomen die men per hectare aanduidt, is afhankelijk van de ruimte die de volwassen bomen nodig hebben om een goede kruin te ontwikkelen. Bij loofbomen houdt men dan maximum 60 à 80 toekomstbomen per hectare over en bij naaldbomen ongeveer 80 à 100 stuks per hectare.
Wanneer de toekomstbomen gekend zijn, worden hun concurrenten verwijderd door dunningen. De dunningssterkte is afhankelijk van de boomsoort en de doelstelling van het bosbeheer. Wanneer men slechts weinig bomen per dunning kapt, zal de grootste concurrent weggenomen worden. Dit is de dominante boom die het meest contact maakt met de kruin van de toekomstboom. Als men echter veel bomen per dunning kapt, worden ook mindere concurrenten weggenomen. De keuze van de dunningssterkte volgt uit de beheerdoelstellingen: hoge voorraden op stam of snelle groei van individuele kwaliteitsdragers?
Op de plekken in het bos zonder toekomstbomen worden geen dunningen uitgevoerd omdat er geen bomen staan die snel dikker moeten worden. Hierdoor zal het bos er gevarieerd uitzien. De toekomstbomen groeien snel uit tot forse bomen, terwijl andere stukken bos meer gesloten blijven.

figuur

lectuur

Toekomstboommethode, http://www.inverde.be/kennisdatabank/dossiers

categorieën