Het ringen van een boom houdt in dat de bast rondom een boom verwijderd of gekerfd wordt met als doel de neerwaartse sapstroom te onderbreken zodat de boom afsterft. De voedingsstoffen afkomstig van het groen kunnen immers niet meer naar de wortels doorstromen waardoor het wortelstelsel steeds zwakker wordt en de boom uiteindelijk afsterft.
Het ringen van bomen wordt bijvoorbeeld toegepast bij beukenverjonging. Hierdoor hoeven geen gaten in het bestand gemaakt te worden met als gevolg het risico op zonnebrand. Het ringen van ongewenste soorten of individuen is een andere toepassing die eerder de vorming van een voorraad dood hout tot doel heeft. De Amerikaanse eik bijvoorbeeld, is een uitheemse boomsoort, die bovendien de eigenschap heeft alle andere bomen weg te dringen door zijn overvloedige en concurrentiekrachtige verjonging waardoor hij grote oppervlakten kan koloniseren en nog weinig andere begroeiing toelaat. Daarenboven heeft de Amerikaanse eik zure bladval die traag afbreekt, wat leidt tot bodemverzuring en verarming van het bosecosysteem. Om deze redenen wordt de Amerikaanse eik bij omvormingsbeheer dan ook teruggedrongen. Meestal gebeurt de omvorming via dunning- en eindkappen zodat de boomsoort nog een economische waarde heeft. Echter, in de beheersvisie voor openbare bossen wordt ook gestreefd naar 4% dood hout. Dode staande en liggende bomen leveren immers een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit en stabiliteit van het bosecosysteem. Wanneer er zo goed als geen dood hout aanwezig is, kan daarom geopteerd worden voor het ringen van bomen zodat het aandeel dood hout stijgt. Hierdoor ontstaan bovendien meer mogelijkheden voor natuurlijke verjonging van inheems loofhout
Deze boom is geringd aan de basis van zijn stam waardoor de neerwaartse sapstroom onderbroken is. Door uitlopers te ontwikkelen onder de inkervingen, probeert de boom alsnog zijn dood uit te stellen.