woordenboek    encyclopedie

Regeneratiestrategieën

“Verschillende manieren waarop een plant voor nakomelingen zorgt”

definitie

Het zorgen voor nakomelingen is een essentiële manier om er voor te zorgen dat een soort niet uitsterft. Of het nu gaat om geslachtelijke of ongeslachtelijke nakomelingen, ze hebben één ding gemeen en dat is dat ze klein zijn en blootgesteld aan heel wat gevaar. Een succesvolle voortplanting houdt voor veel soorten in dat ze een geschikte plek moeten vinden om zich te vestigen. Veel natuurbeheersmaatregelen zorgen juist voor een dergelijke geschikte plek, bijvoorbeeld plaggen zorgt voor een open minerale bodem en maaien zorgt ervoor dat potentieel dominante soorten niet alle plek innemen.

abstract

Wetenschappers onderscheiden 5 groepen met verschillende regeneratiestrategieën namelijk vegetatieve uitbreiding, seizoenale regeneratie, regeneratie door een permanente zaadvoorraad, regeneratie door veel wijdverspreide zaden en regeneratie met behulp van langlevende jonge planten.
Vegetatieve uitbreiding is een vorm van regeneratie waarbij er nieuwe scheuten ontstaan die aan de moederplant vast blijven tot ze zich goed gevestigd hebben. Vegetatieve uitbreiding kan op verschillende manieren gebeuren onder andere door wortelstokken (bijvoorbeeld Grote brandnetel), door uitlopers (bijvoorbeeld Kruipende boterbloem) of door ondergrondse uitlopers (bijvoorbeeld Sleedoorn).
Seizoenale regeneratie in openingen is een regeneratiestrategie die gebruikt maakt van de voorspelbaarheid van vormen van verstoring in bepaalde habitats, bijvoorbeeld als gevolg van jaarlijkse overstromingen of een maaibeheer. Planten die van deze strategie gebruik maken hebben relatief grote, kortlevende zaden of andere voortplantingselementen. Voorbeelden zijn grassen als Frans raaigras, kruidachtige soorten zoals Reuzenbalsemien en Speenkruid.
Regeneratie via een permanente zaadbank wordt vooral gebruikt in habitats die niet aan een voorspelbare verstoring onderhevig zijn of in frequent verstoorde productieve habitats, zoals akkers. Habitats waar de frequentie van verstoring niet te voorspellen is zijn bijvoorbeeld bossen, waar na windval licht en ruimte te over is. Het zijn echter niet noodzakelijk de bosplanten die hiervan gebruik maken.
Regeneratie door veel en wijd verspreide zaden komt voor bij de drie types van plantenstrategieën in de gevestigde fase en is vooral van belang in verspreide, moeilijk toegankelijke habitats zoals rotsen en muren (zie muurvegetaties). Verder kan deze strategie ook gebruikt wordt in habitats met onvoorspelbare verstoringen (bijv. kapvlakteplanten in bossen. Voorbeelden van planten die deze strategie gebruiken zijn windverbreiders als orchideeën en varens.
Regeneratie met behulp van langlevende jonge planten wordt vooral gebruikt door stresstolerante soorten (zie plantenstrategieën). Bij deze soorten is de vestiging van kiemplanten een onzeker proces en door voldoende langlevende kiemplanten achter de hand te houden kan direct na het afsterven van een andere plant de kiemplant beginnen opgroeien. Op die manier kan deze jonge plant al voorsprong nemen op een soort die pas begint te kiemen nadat er plaats en licht is vrijgekomen door het afsterven van de andere plant. Voorbeelden zijn boomsoorten zoals beuk en spar.
Voor een natuurbeheerder is kennis van deze regeneratiestrategieën van belang om de impact van een bepaalde beheermaatregel op individuele soorten beter te begrijpen. De kennis is ook van belang bij natuurontwikkeling.

figuur

uitgebreid

Vegetatieve uitbreiding wordt door competitieve planten (zie plantenstrategieën) en enkele houtige soorten (bijvoorbeeld duindoorn) gebruikt om al de beschikbare voedselbronnen te bemachtigen en zo de vestiging van andere soorten te verhinderen. Ook voor enkele stresstolerante soorten is de verbinding van de nakomeling met de moederplant van levensbelang om de nakomeling voor te bereiden op het leven met stress.
Seizoenale regeneratie komt vooral voor op plaatsen waar tijdelijke openingen in de vegetatiebedekking ontstaan en wordt gebruikt door soorten met een ruderaal karakter (zie plantenstrategieën)
Stresstolerante soorten bezitten meestal geen permanente zaadvoorraad, zij worden wel gekenmerkt door lang levende jonge (nog niet bloeiende) planten. Ruderale soorten hebben meestal wel de beschikking over een permanente zaadvoorraad.
Hoe meer regeneratiestrategieën een plant bezit hoe meer kans deze heeft om zich in verschillende habitats te vestigen.