woordenboek    encyclopedie

Piëzometer

“Meten van de druk van het bodemwater”

definitie

Met een piëzometer wordt de waterdruk gemeten op een bepaalde diepte. In tegenstelling tot een peilbuis kunnen we daaruit opmaken of er kweldruk is of we ons daarentegen in een infiltratiegebied bevinden. Ook grondwaterstromingen kunnen worden gemeten.

abstract

Piëzometers en peilbuizen zijn plastic buizen die verticaal ingegraven worden. Ze staan in contact met het grondwater d.m.v. een geperforeerde wand, de filter. Het verschil tussen beide zit hem in de lengte van die filter. Bij een peilbuis is over de hele lengte contact tussen het instrument en het omringende grondwater. Het waterpeil in de buis komt daardoor perfect overeen met de grondwaterstand. In een piëzometer is de filter korter en enkel onderaan de buis voorzien. Er is dus slechts een beperkt contact met de ondergrond. Het peil in de buis komt overeen met de druk ter hoogte van de filter en die kan verschillen van het grondwaterpeil. Men spreekt hier over de stijghoogte of drukhoogte.
De stijghoogte kan hoger, gelijk of lager zijn dan de grondwaterstand.

De keuze voor het plaatsen van peilbuizen dan wel piëzometers wordt bepaald door de meetdoelstelling. In vochtige en natte gebieden is het grondwater vrij ondiep, bij ondiepe piëzometers is de stijghoogte vrijwel gelijk aan de grondwaterstand. Piëzometers zijn beter geschikt voor het nemen van grondwaterstalen. De lengte van de filter is beperkt waardoor er minder regenwater in de buis kan sijpelen en de waterstalen beter de samenstelling van het grondwater weergeven.

Vooral in kwelgebieden worden veelal diepe en ondiepe piëzometers naast elkaar geplaatst. Dit noemen we een piëzometernest of piëzometerkoppel. De vergelijking van gemeten stijghoogtes in diepe en ondiepe piëzometers geeft een indicatie over de verticale grondwaterstroming. Een hogere stijghoogte in de diepe piëzometer wijst op kweldruk. Een hogere stijghoogte in de ondiepe piëzometer op infiltratie.