De paaiplaats is de plaats waar vissen paren en 'kuit schieten', dit is hun eitjes afzetten. Meestal worden hiervoor ondiepe en begroeide plekken langs de oevers gebruikt. Het ontbreken van structuurvariatie vormt voor vele vissoorten een belangrijk probleem bij het zoeken naar geschikte paaiplaatsen.
Als geschikte zones ontbreken, kunnen kunstmatige paaiplaatsen aangelegd worden. De eenvoudigste uitvoering is een zeer zwak hellende onderwaterbodem langs de oever (min. 1:10) waar spontane vegetatieontwikkeling plaats vindt of die beplant wordt met fijn vertakte en ondergedoken water- en oeverplanten. Alternatieve mogelijkheden zijn: rustige inhammen in de oever of dijk, afgesneden meanders waarbij de verbinding met de waterloop hersteld wordt, een plasberm met vooroever die de achterliggende plasberm en oever afschermt van het open water. Voorwaarde is wel dat de plasberm op voldoende plaatsen in verbinding staat met het open water.
Denayer, Bart et al. (2002) Visstandbeheer, AMINAL, Bos en Groen, 182 p.