woordenboek    encyclopedie

Oud-bosplanten

“soorten van oude bosvegetaties”

definitie

Bosplanten die bijna uitsluitend voorkomen in bossen die al onafgebroken bestaan sinds 1780, worden oud-bosplanten genoemd.

abstract

Door beperkte verspreidingsmogelijkheden en specifieke ecologische eisen zijn oud-bosplanten aan oud bos gebonden.

Het jaar 1780 wordt gebruikt om oude bosgebieden aan te duiden omdat de oudste gebiedsdekkende informatiebron over grondgebruik in Vlaanderen, de Ferrariskaarten, ongeveer rond deze datum gemaakt zijn.

uitgebreid

In Vlaanderen, en meer algemeen in West-Europa, zijn bossen doorheen de geschiedenis sterk onderhevig geweest aan menselijke invloeden. Dit heeft ertoe geleid dat het huidige boslandschap erg versnipperd is en dat het merendeel van de bossen relatief jong is. Bepaalde bosplantensoorten, de oud-bosplanten, blijken echter nauwelijks aanwezig te zijn in deze jonge bossen. Dit komt doordat de zaden van de oud-bossoorten deze later ontstane bossen bijna niet bereikt hebben. Indien men deze bosplanten wil behouden en laten uitbreiden, zal men dus een oplossing moeten zoeken voor dit probleem.

Voorbeelden van oud-bosplanten zijn Bosanemoon, Lelietje der dalen, Boshyacint, Dalkruid, Gewone salomonszegel en Bosbingelkruid

Onderzoek omtrent de kolonisatie van oud-bosplanten in jonge bossen heeft uitgewezen dat de vestiging van deze soorten bemoeilijkt wordt door een beperkte beschikbaarheid van bosplantenzaden in de jonge bossen en niet door de mogelijke andere habitatkwaliteiten. De geringe zaadaanwezigheid is te wijten aan een kortlevende zaadbank maar ook aan de zwaarte van de zaden, die een goede verspreiding tussen verschillende bosrelicten in de weg staat.

Het bleek niet zo dat oud-bosplanten alleen zouden kunnen groeien op een oude gerijpte bosbodem. De bosbodem van nieuw aangelegde bossen bleek voor hen ook geschikt. Daar zit dus geen belemmering voor hun voorkomen.

Sommige oud-bosplanten komen internationaal eerder voor in zomen of toch zeer open bos (eventueel hakhout). Zij zijn dus in ons huidig landschap teruggedrongen tot relicten in oude bossen. Strikt genomen zijn het echter eerder soorten van het oude landschap dan van oude bosvegetaties. Voorbeelden van dergelijke planten zijn Fraai duizendguldenkruid en Aardbeiganzerik.

lectuur

Buiteveld, J. en Koelewijn, H. P. (2006) Klein, en dan? Wat kan een beheerder doen met kleine en kwijnende populaties? Alterra-rapport 1250, Wageningen, 75p.
http://www.kennisonline.wur.nl/NR/rdonlyres/7DF2A3D0-FC3D-415F-808E-EE11161568A6/39152/rapport1250.pdf

Tack, G., Van den Bremt, P. & Hermy, M. (1993). Bossen van Vlaanderen, een historische ecologie. Davidsfonds, Leuven.

categorieën