Natuurlijke verjonging is de generatiewisseling in bos zonder tussenkomst van de mens. Zo heeft het bos zich duizenden jaren in stand kunnen houden: boomzaden kiemen tot zaailingen of afgebroken stammen en stronken schieten weer uit. Als er voldoende licht komt door het afsterven van oude bomen, kunnen deze zaailingen of scheuten uitgroeien tot de volgende bosgeneratie.
Bij natuurlijke bosverjonging zorgt de natuur er zelf voor dat de oude of gekapte bomen vervangen worden door nieuwe exemplaren. Er bestaan verschillende mechanismen van natuurlijke verjonging. Bij de vegetatieve voortplanting gaat het voornamelijk om stronk- en wortelopslag. Bij generatieve voortplanting komen zaailingen te pas. Die kunnen al lang staan wachten onder het oude bos (zaailingenbank), ze kunnen zich vestigen in een bos waarvan de kruinlaag geleidelijk ijler wordt of ze kunnen zelfs opgroeien op een kale vlakte nadat het oude bos helemaal plat is gegaan. Welk mechanisme de overhand haalt, hangt af van de vorm van bosverstoring en ook voor een groot stuk van het toeval. Natuurlijke verjonging kan enigszins gestuurd worden door de bosbeheerder maar ergens blijft het steeds een verrassing.
De vestiging van nieuwe bomen verloopt niet overal even snel of even volledig. Tijdens de kieming van zaden en de ontwikkeling van zaailingen kan er dan ook zeer veel fout gaan. Kiemplantjes kunnen afsterven omdat de bodem te nat of te droog is of omdat de strooisellaag te dik is waardoor het kiemworteltje niet tot in de minerale bodem kan dringen. De opgroeiende zaailingen moeten dan weer concurreren met volwassen bomen of met andere planten. De jonge plantjes zijn ook een lekkernij voor tal van diersoorten.
Welke bomen er zullen opgroeien en wanneer blijft redelijk onvoorspelbaar. Soms is de natuurlijke verjonging massaal, soms komen andere soorten dan verwacht opzetten, soms kan het een tijdje duren voordat de bosverjonging optreedt en soms komt er helemaal geen verjonging. De mens kan dan een aantal ingrepen uitvoeren om de natuurlijke verjonging een beetje sturen. Hij kan het zaadaanbod beïnvloeden door bepaalde boomsoorten te stimuleren om zaad te vormen door ze meer licht te geven. Hij kan ook de bosbodem licht bewerken waardoor de jonge boompjes meer kans krijgen om op te groeien. Eigenlijk spreekt men dan van een begeleide of geïnduceerde natuurlijke verjonging.
Het belangrijkste voordeel van natuurlijke verjonging is dat het niets kost als alles meezit. Een (al dan niet ingebeeld) nadeel is de onvoorspelbaarheid: het bos geeft de beheerder niet noodzakelijk zijn zin! Soms zitten de omstandigheden ook tegen. Natuurlijke verjonging lukt niet als er geen zaadbomen in de buurt staan en in Vlaanderen zijn de uitgangsomstandigheden maar al te vaak ongunstig: dikke strooiselpakketten, zure bodems, felle concurrerende vegetatie op ex-landbouwgronden, hoge wilddruk, dominantie van adelaarsvaren, vergrassing of bodemverdichting door zware exploitatiemachines.
Ideale omstandigheden voor de vestiging van de meeste zaailingen zijn de halfschaduw in een structuurrijk bos, een goede strooiselomzetting en een gezonde losse bodem. De ervaring van de afgelopen tiental jaren leert dat natuurlijke verjonging in Vlaanderen meer kansen maakt dan veel mensen vermoeden!