Een organisme is myrmecofiel wanneer het in dichte associatie met mieren leeft.
De vlindersoort gentiaanblauwtje is voor zijn overleving afhankelijk van mieren, en van knoopmieren in het bijzonder. In Vlaanderen is de bossteekmier de ideale waardmier. Het gentiaanblauwtje legt zijn eitjes op klokjesgentiaan en de jonge rupsen voeden zich aanvankelijk ook met deze plant. Zodra een bossteekmier een rups van het gentiaanblauwtje op zijn weg vindt, wordt de rups meegenomen naar het nest. Daar eet de rups soms van het mierenbroed (eitjes, larven, pre-poppen), maar wordt vooral door de werksters gevoed met stukjes insectenprooien of met opgebraakt voedsel. De mieren zelf komen er maar bekaaid vanaf want de vlinderlarven leveren geen wederdienst en leven als parasieten in het mierennest. Waarom halen de mieren het dan in hun hoofd om de rupsen zelf naar hun nest te slepen? De mieren worden misleid. De rupsen van het gentiaanblauwtje lijken namelijk op mierenlarven, zij het dan in een grotere uitvoering. Bovendien scheiden ze specifieke chemische stoffen af en maken ze typische mierengeluiden om de mieren ervan te overtuigen dat ze mierenlarven zijn.
Ook andere vlindersoorten, kevers, wantsen en sommige lieveheersbeestjes leven samen met mieren. Verschillende samenlevingsvormen komen voor: van parasiteren over getolereerd worden tot mutualisme, een vorm van symbiose waarbij beide partners voordeel hebben. De larven van bepaalde keversoorten, haantjes, zijn een voorbeeld van mutualisme met mieren. Ze leven in mierennesten waar ze door de mieren worden gevoed en als tegenprestatie scheiden ze een zoete stof af waar de mieren van houden.
Een uitgebreide beschrijving van de bijzondere levenswijze van het gentiaanblauwtje vindt u in dit rapport: http://www.bc-europe.org/SpeciesActionPlans/SAP %20M%20alcon%20Flanders%20B.pdf
Meer soorten myrmecofielen staan op de voortreffelijke website van de Mierenwerkgroep.
http://formicidae.be/symbiose.htm