woordenboek    encyclopedie

Muurvegetaties

“Groene stippen op een muur”

definitie

Planten die in onze streken op muren groeien komen veelal oorspronkelijk uit bergachtige streken in het Zuiden van Europa, waar ze op rotsen en puinhellingen hun natuurlijk habitat vinden. De meeste muren zijn te droog en te egaal om er voor te zorgen dat zaden van planten een kans krijgen om zich te vestigen. Oudere muren zijn meestal niet meer zo egaal en zijn bovendien vaak opgetrokken uit materialen (zoals natuursteen en oude mortel) die makkelijker verweren dan hedendaagse bakstenen en cement. Op die manier vormen ze een geschikte habitat voor muurplanten bijvoorbeeld de nog vrij algemene Muurvaren, maar ook Muurbloem, Muurleeuwenbek of Gele helmbloem.

abstract

Muurvegetaties worden dus in de eerste plaats gevonden op oude muren. De kolonisatie van een nieuwe muur vergt meestal heel veel tijd. Op een kale muur moeten eerst barsten en scheuren te voorschijn komen onder invloed van atmosferische processen, zoals temperatuurschommelingen. In die scheuren kunnen dan stof en zand aangevoerd worden door wind en water. Na een tijdje zullen op deze voedingsbodem de eerste plantaardige organismen zich vestigen in de vorm van wieren en korstmossen. Deze organismen zorgen voor een biologische aantasting van het gesteente, ze zorgen onder andere voor een verruwing van stenen en voegen. Als deze eerste organismen afsterven, zorgt dat voor extra organisch materiaal, dat in staat is om nog meer stof op te vangen en op die manier wordt een bodemlaagje gevormd. Dit bodemlaagje wordt langzaam gekoloniseerd door mossen die in staat zijn om extra vocht en bodemdeeltjes vast te houden. Geleidelijk hoopt zich meer en meer humus op wat dan een kiembodem vormt voor de muurplanten. Dit hele proces van nieuwe muur tot begroeiing met echte muurplanten neemt gemakkelijk meer dan 15 tot 20 jaar in beslag.

figuur



De muurleeuwenbek is een fraaie en typische muursoort

uitgebreid

Algemeen wordt er een indeling gemaakt tussen vegetaties op de kop van de muur, vegetaties op de flanken van de muur en vegetaties aan de voet van de muur. Deze laatste zone is meestal vrij vochtig, door opstijgend of opgezogen grondwater. Aan de voet van de muur groeien meestal ook tal van soorten die niet direct als muurplant gecatalogeerd kunnen worden, zoals Paarse dovenetel of Liggende vetmuur. Bovenaan de muur kunnen gemakkelijk stof (als voedingsbodem) en zaad blijven liggen. Het verticale gedeelte van de muur is het meest extreme milieu, omdat het niet zo vochtig is en er ook niet veel stof blijft liggen. Op deze plaats groeien de "echte" muurplanten bijvoorbeeld, naast de al aangehaalde soorten, het zeldzame Stengelomvattend havikskruid, de zeer zeldzame Blaasvaren, Zwartsteel of Klein glaskruid en de met uitsterven bedreigde Noordse streepvaren en Rechte driehoeksvaren.

Bij onderhoud of restauratie van een muur die met muurplanten begroeid is moet men met een aantal zaken rekening houden:
Nietsdoen is de beste keuze voor de muurplanten, enkel als er houtige gewassen beginnen te groeien moeten deze verwijderd worden, gebruik ook geen hogedrukreinigers en zeker geen herbiciden om de muur 'proper' te maken.
Bij kleine herstellingen moeten de zeldzame muurplanten beschermd worden, bijvoorbeeld door driehoekige afdakjes over de muurplanten te bevestigen. Regelmatige controle van de muur zorgt ervoor dat de noodzakelijke ingrepen altijd klein blijven.
Muurplanten leven in een precair evenwicht met het milieu, en zijn niet zo flexibel dat ze een plotselinge verandering in bijvoorbeeld beschaduwingsintensiteit (zoals ontstaat door het wegnemen van een boom) kunnen opvangen.
Controleer of er niet te veel algemene soorten zich vestigen op de muur (door voortdurende humusophoging) die de echte muurplanten wegconcurreren. Verwijder de algemene soorten om de muurplanten alle kansen te bieden

lectuur

Hermy, M., Schauvlieghe, M. & Tijskens, G. (2005). Groenbeheer, een verhaal met toekomst. Velt en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Berchem, 576pp.

categorieën