Bij mutualisme moet er wederzijds voordeel zijn en is er een soort vaste samenlevingsvorm ontwikkeld. Er kunnen wederzijds stoffen uitgewisseld worden zoals bij mycorrhiza of de een voorziet voedsel in ruil voor een dienst zoals het geven van nectar aan bestuivende insecten. Andere gekende voorbeelden zijn de samenwerking tussen stikstoffixerende bacteriën en vlinderbloemigen, elzen en duindoorn, de samenwerking tussen algen en schimmels, korstmossen genaamd, zaadverspreiding door dieren, wanneer een del van het zaad gebruikt wordt als voedsel, het samenleven van mieren en blad- of wortelluizen etc.