Minerotroof water is grond- of oppervlakte water met mineralen in.
Welke mineralen en hoeveel er in het water zijn opgelost is afhankelijk van de weg (en de tijd) die het water heeft afgelegd. Wanneer grondwater door een grondlaag loopt die makkelijk zijn mineralen afgeeft (bijvoorbeeld de Formatie van Brussel) zal het mineraalrijk zijn.
Het al dan niet aanwezig zijn van mineralen in het water is medebepalend voor het natuurtype. Zo zullen venen die grondwater of oppervlaktewater afhankelijk zijn(minerotofe natuur) er anders uitzien dan venen die enkel van regenwater afhankelijk zijn (ombrotrofe natuur). We noemen deze eerste laagvenen, terwijl we het tweede type natuur hoogvenen noemen.
Men moet wel weten dat niet alle grondwater mineraal rijk is. Grondwater dat niet veel mineralen heeft opgenomen noemen we atmoclien grondwater of jonge kwel, dit grondwater lijkt veel op regenwater. Grondwater met hoge concentraties van calcium en bicarbonaat noemen we lithoclien grondwater of oude (diepe) kwel.
Terwijl we water dat rijk is aan natrium en chloor (het zout in zeewater)thalassotroof noemen.
Een andere belangrijke eigenschap van water is de voedselrijkdom. Maar dan komen we bij de termen eutroof, mesotroof en oligotroof. Dus zie aldaar voor meer uitleg.
http://www2.alterra.wur.nl/Webdocs/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport1447.pdf