Een lichtboomsoort heeft in zijn jeugd absoluut licht nodig om op te groeien. Is er te weinig licht, bijvoorbeeld door de overscherming van oudere bomen, dan lukt het gewoonweg niet en sterf de lichtboomsoort af.
Lichtboomsoorten zijn meestal pioniers die open terrein kunnen koloniseren. Dat komt omdat ze bestand zijn tegen gure omstandigheden en een snelle jeugdgroei hebben. Anderzijds hebben ze wel heel veel licht nodig omdat ze voor hun fotosynthese niet erg efficiënt tewerk gaan. Hard groeien doen ze alleen als er overschot aan licht is en met overdreven beschaduwing in de jeugd kunnen ze niet overweg.
Lichtboomsoorten houden van grote verjongingsplekken met overvloedig licht. Voorbeelden van lichtboomsoorten zijn ruwe en zachte berk, wilgen, populieren, lorken, grove den, zwarte els, zomereik, gewone es en boskers. Om uit te groeien tot forse vitale bomen hebben ze veel groeiruimte nodig en dat lukt alleen door sterke dunningen.
Merk op dat naarmate bomen ouder worden hun lichtbehoefte meestal toeneemt.