woordenboek    encyclopedie

Lagen in het bos

“De verticale opbouw van het bos”

definitie

Licht is zeer belangrijk voor de planten in het bos. Maar niet alle planten hebben evenveel licht nodig. Er zijn er die ook met heel weinig licht kunnen overleven, bijv. mossoorten. Door deze verschillen ontstaan er verschillende lagen in het bos: de boomlaag, de struiklaag, de kruidlaag en de moslaag. Deze gelaagdheid is wel niet altijd in alle bossen aanwezig.

abstract

Zoals de naam al zegt, komen er in de boomlaag bomen voor.

De struiklaag bestaat uit struiken of jonge boompjes. Struiken zijn net zoals bomen, houtige, meerjarige planten. In tegenstelling tot bomen hebben ze echter geen duidelijke, afzonderlijke stam. Ze vertrekken uit de grond met meerdere kleine stammetjes, of zijn doorgaans op zeer geringe hoogte sterk vertakt. Voorbeelden van struiken zijn de hazelaar of de meidoorn.

Tot de kruidlaag behoren grassen, varens en andere planten zoals brandnetel en paardenbloem. Kruiden zijn planten die geen hout vormen. Daardoor bereiken ze zelden hoge afmetingen (uitzondering zijn klimplanten). De kruidlaag is een goede indicator van de standplaatskwaliteit.

In de moslaag bevinden zich de mossen en de paddenstoelen. Ze komen ook met weinig licht toe en blijven altijd klein.

uitgebreid

Gelaagdheid komt ook voor in andere vegetaties dan bosvegetaties, maar hier is het wel het sterkst ontwikkeld. De oude bosvegetaties op vruchtbare, voedselrijke gronden spannen de kroon in complexiteit van de gelaagdheid. In een oerwoud kunnen we ook nog een ijle laag van verspreid staande oude woudreuzen aantreffen, die nog net een stukje groter zijn dan de gewone grootste bomen.

Andere voorbeelden van gelaagde vegetaties zijn :
graslandvegetaties met een ontwikkelde moslaag, bijv. in zandige, droge graslanden
waterplantenvegetaties met zowel drijvende als ondergedoken soorten
heidevegetaies met oude dwergstruikjes en daartussen talrijke lichenen en mossen
sommige akkeronkruidenvegetaties met biiv. rogge en korenbloemen bovenaan, korensla en éénjarige hardbloem onderaan.

lectuur

Schaminée, J.H.J., Stortelder, A.H.F. & Westhoff, V. (1995). De Vegetatie van Nederland. Deel 1. Opulus Press, Leiden, 296pp
Van der Werf, S. (1991). Natuurbeheer in Nederland, deel 5, Bosgemeenschappen. Pudoc, Wageningen, 375pp.