Humus is organisch materiaal waarvan de gemakkelijk verteerbare delen reeds zijn afgebroken.
Een humeuze bovenlaag ontstaat wanneer organische stof (afgestorven planten- en dierresten, uitwerpselen) wordt afgebroken door het bodemleven. Humus is dus organische stof waarvan de gemakkelijk verteerbare delen al zijn afgebroken door bacteriën en schimmels. In een gezonde bodem is hierdoor de bovenste laag donkerder van kleur dan de onderliggende lagen. Hoe zwarter de kleur, hoe hoger vaak het humusgehalte. Dikwijls wordt het woord humus gebruikt als synoniem voor compost maar dit is onjuist. Compost is immers het resultaat van een door mensen gecontroleerd ontbindingsproces.
Er kunnen drie humustypes onderscheiden worden. Mull is een goed verteerde, sterk gemineraliseerde humuslaag die meestal geleidelijk overgaat in de onderliggende bodemlaag. Mor daarentegen is een weinig verteerd organisch dek dat weinig of niet vermengd is met de onderliggende horizont. Er komen ook bijna geen micro-organismen in deze humus voor zodat verdere afbraak moeilijk verloopt. Een laatste humusvorm is Moder: een tussenvorm tussen mull en mor humus.
Humus heeft een groot aantal positieve effecten op de bodem en de plantengroei. Het bevat niet alleen 'bouwstenen' (onder meer stikstof, fosfor en kalium) voor de vegetatie maar kan deze, door zijn elektrische lading, ook tijdelijk opslaan. Hierdoor voorkomt humus dat de voedingselementen uitspoelen naar diepere bodemlagen waardoor de plant ze niet meer kan opnemen. Verder verbetert humus de bodemstructuur in klei- en zandgronden en houdt het de bodem luchtig en vochtig.