woordenboek    encyclopedie

Herintroductie

“Een mogelijke hulp bij natuurontwikkeling?”

definitie

Herintroductie is het invoeren van soorten die plaatselijk verdwenen zijn. In sommige landen wordt dit eerder als vanzelfsprekend beschouwd, bij ons is het minder evident. Er zijn voor- en nadelen aan herintroductie, waarbij veel draait om de vraag hoe ver de mens kan gaan met het 'maken' van de natuur. Herintroductie kan immers het verkeerde beeld geven dat de natuur overal te maken is en dat het uitsterven van een soort niet zo belangrijk is. We zetten die nadien toch weer uit.

abstract

Introductie in kwetsbare gebieden moet met nog veel meer terughoudendheid gebeuren dan introductie in multifunctionele terreinen. Doorgedreven wetenschappelijk onderzoek is een must in deze kwetsbare gebieden. Het is verleidelijk om snel wat soorten uit te zaaien op een akker of een soortenarm grasland dat uit een landbouwbeheer komt, om op die manier de natuurontwikkeling te versnellen. Op een akker, waar men niet wenst te wachten op spontane ontwikkeling van een akkeronkruidenvegetatie (om bijvoorbeeld de landbouwers in de buurt niet voor het hoofd te stoten), kan men bijvoorbeeld een gras(mengsel) dat aangepast is aan het bodemtype inzaaien. In voedselrijke omstandigheden is Italiaans raaigras een goede keuze, omdat dit gras plaats laat voor de vestiging van andere soorten en na enkele jaren vanzelf uit het ecosysteem verdwijnt (dit in tegenstelling tot Engels raaigras). Men kan op deze akker ook opteren om maaisel uit te spreiden dat afkomstig is uit reservaatgebieden uit de buurt. Op die manier kan snel het beoogde natuurtype ontstaan, tenminste als de bodem al voldoende voedselarm is. Bij een te hoge voedselrijkdom zou het resultaat wel eens kunnen tegenvallen. In een dergelijk geval kan men nog een jaar of twee verdergaan met het telen van landbouwgewassen op de akker, uiteraard zonder bemesting om op die manier de bodem uit te putten.

Met de term vervalsing wil men zeggen dat het inbrengen van vreemde genen, die voordien nog niet aanwezig waren, niet zomaar mag gebeuren. Duidelijk is wel dat er bij (her)introductie een onderscheid moet gemaakt worden tussen de kwetsbare ecosystemen in bijvoorbeeld natuurreservaten en de gebieden waar natuur slechts een nevenfunctie vervult (bijvoorbeeld parken en recreatiegebieden).

figuur



De ringslang is enige decennia geleden met succes geherintroduceerd in het natuurreservaat "de Zegge" bij Geel.

uitgebreid

Herintroductie is bij ons is minder evident, toch zeker op beleidsniveau, het uitzetten van vis (de zogenaamde herbepotingen) of aanplanten van uitheemse boomsoorten niet te na gesproken. Daarnaast wordt deze beheermaatregel wordt in de praktijk frequent toegepast. Het is echter niet aan de individuele beheerder om te beslissen of dit kan of niet, de overheid dient een kader uit te stippelen en daaropvolgend de wetgeving aan te passen. Vlaanderen heeft immers een internationale verantwoordelijkheid om biodiversiteit te behouden en heeft zich middels internationale verdragen geëngageerd om de achteruitgang van de biodiversiteit tegen 2010 te stoppen.
Bij herintroductie zijn er een aantal basisregels die elke beheerder best volgt. Deze zijn internationaal aanvaard en zijn te vinden op de site van de IUCN. We moeten bij een herintroductie letten op:

-de taxonomie van de soort (het betreft de juiste (onder)soort, autochtoon materiaal)
-de ecologie (wat heeft de soort nodig en is het aanwezig)
-de historiek, is de oorzaak van verdwijnen gekend en weggenomen, en bovendien zijn er geen nieuwe mogelijke problemen opgedoken
-de bronpopulatie, kan die een deel missen, of indien uit gevangenschap, gaan die overleven?
-de socio-economische aspecten, is er ter plaatse wel enthousiasme voor het project bij het grote publiek en hoeveel kost het allemaal,
-de juridische aspecten: mag het en welke vergunningen zijn nodig ?
-de monitoring, zijn er plannen uitgewerkt om de nieuwe populatie op te volgen ?

Een goed voorbeeld van een geslaagde herintroductie is die van de Zwarte populier in de Maasvallei. Uit onderzoek bleek dat er in Vlaanderen slechts 316 individuen voorkwamen (van 18 genotypes, dus eigenlijk slechts 18 verschillende bomen), en met nog 9 exemplaren van 4 genotypen stond de Maaspopulatie op de rand van uitsterven. Er werd beslist dit autochtone materiaal in een kweekprogramma op te nemen. De zwarte populier is immers een sleutelsoort in de rivierbosontwikkeling die samen met de bittere wilg slib vangt, eilandjes creëert, de stroom diversifiëert en oevers stabiliseert. In dergelijke middenlopen is het voorkomen van deze soort onontbeerlijk. Vooral men nu probeert te streven naar een meer natuurlijke Maas. Bovendien zijn rivierbossen bedreigd. Nadat de kweek oorspoedig verlopen was (1000-tal planten van 80 genotypes), werd beslist een herintroductie uit te voeren, na een studie over de genetiek, het habitat, de mogelijke bronnen etc... Deze herintroductie mag voorlopig geslaagd worden genoemd, het habitat wordt tegelijkertijd in sneltempo hersteld.

Er zijn veel meer voorbeelden gekend van mislukte of nutteloze herintroducties. Voorzichtigheid is dus geboden. Herintroductie geen taboe hoeft te blijven. Er zijn soms goede argumenten om bepaalde soorten terug te brengen, maar veelal zijn er zaken in het natuurbehoud die meer prioritair zijn.

categorieën