woordenboek    encyclopedie

Harmonisch Park- en Groenbeheer

“Een duurzame, dynamische en diverse aanpak in het park”

definitie

Het Harmonisch Park- en Groenbeheer (HPG) is de beheervisie die het Agentschap voor Natuur en Bos (toen nog de Afdeling Bos en Groen) in 1998 heeft opgesteld om parken en openbaar groen op een degelijke en onderbouwde manier te beheren. De bedoeling van deze beheervisie is om parken en openbaar groen zo te beheren dat de veelzijdigheid van deze stukjes natuur in de verstedelijkte omgeving niet verloren gaat. Het beheer van een park is een evenwichtsoefening waarbij zowel aandacht moet gaan naar de wensen van de bezoeker als naar de nodige zorg voor de natuur en het milieu. HPG is een manier om er voor te zorgen dat alle functies van parken en openbaar groen zo optimaal mogelijk verweven worden. Momenteel wordt HPG toegepast in alle parken en het openbaar groen in eigendom van het Vlaamse Gewest. Maar ook voor veel steden en gemeenten is HPG dé leidraad geworden voor hun park- en groenbeheer.

abstract

Het Harmonisch Park- en Groenbeheer vertrekt van drie basisprincipes: duurzaamheid, diversiteit en dynamiek.

Met duurzaamheid wordt ondermeer bedoeld dat een park of groenelement ook een groen moet blijven en dat men dus geen beheersopties mag nemen die zijn eigenheid in gevaar brengen, op korte of langere termijn. Onder meer door het opstellen van een beheerplan kan ervoor gezorgd dat dit duurzaam beheer verankerd wordt.

Diversiteit betekent dat de verschillende functies (sport, ontspanning, natuurbeleving,…) die aan groen worden toebedeeld ook kunnen vervuld worden. Daarnaast moet er zoveel mogelijk diversiteit zijn in soorten (biodiversiteit) en structuur (afwisseling bomen-struiken-gras-water-…). Zo is er in een park zowel ruimte voor een bloeiend hooiland met een grote natuurwaarde als voor een intensief beheerd grasveld om op te sporten of te luieren. Zowel het hooiland als de grasvlakte vormen een specifieke habitat zodat uit een diverse parkstructuur vaak ook een hoge diversiteit in soorten volgt.

Het laatste basisprincipe, dynamiek, houdt in dat er bij het park- en groenbeheer aandacht moet zijn voor het feit dat de wensen van de gebruikers kunnen veranderen. Hiermee moet in het beheer rekening gehouden worden. Uiteraard is het moeilijk om te weten wat mensen over enkele jaren verlangen van een park, maar door participatie van de gebruikers (via enquêtes of buurtvergaderingen) kan men toch trachten hier een beeld van te krijgen.

Op basis van deze drie basisprincipes probeert het Harmonisch Park- en Groenbeheer te zorgen voor een evenwicht tussen mensgerichte, natuurgerichte en milieugerichte maatregelen. Zo kan in bepaalde delen van een park de mens op de eerste plaats komen, terwijl in andere stukken natuur of milieu de bovenhand krijgen. De verschillende doelstellingen moeten tegen elkaar afgewogen worden, waarna keuzes gemaakt worden en het beheer wordt toegespitst op het behalen van de doelstellingen.

figuur



In een park waar Harmonisch Park- en Groenbeheer wordt toegepast is er plaats voor wat ruigere hoekjes met hooilandbeheer.

uitgebreid

De zes pijlers van HPG (duurzaamheid, diversiteit en dynamiek, mens-, natuur- en milieugerichtheid) zijn in 12 uitgangspunten gegoten, die elk op hun beurt verder uitgewerkt worden in principes, criteria en indicatoren. Samen vormen deze de ruggengraat van HPG.

Mensgerichte maatregelen beogen het realiseren van aantrekkelijke en gevarieerde parken en groenelementen, waarin de gebruiker zijn gading vindt. Parken en openbaar groen zijn er in de eerste plaats voor en ook door mensen. Zo moeten parken in hun geheel openstaan voor recreatie en moet er voldoende recreatieve infrastructuur (banken, speeltuigen,…) aanwezig zijn. Bij het beheer moet oog zijn voor 'beleving' van het groen. Dit aspect van groen slaat op zintuiglijke waarnemingen, kleuren, geuren en smaken. Ook cultuurhistorische en landschappelijke elementen zoals solitaire bomen, zichtassen, ijskelders etc. moeten optimaal bewaard of eventueel hersteld worden.

Natuurgerichte maatregelen beogen het instandhouden en/of verhogen van de biodiversiteit. Zo worden natuurlijke processen gestimuleerd. Denk aan het gebruik van natuurlijke verjonging in bosrijke gedeelten of het laten staan van dood hout waar mogelijk. Elementen met een specifieke natuurwaarde zoals een stukje heide of een moeras krijgen een aangepast beheer. Deel van de natuurgerichte principes is ook dat bomen moeten kunnen oud worden.

Milieugerichte maatregelen beogen te voldoen aan de algemene zorgplicht voor het milieu. Schade aan het milieu moet voorkomen of beperkt worden. Dit kan door een gesloten mineralenkringloop na te streven (niet bemesten, verliezen van nutrienten inperken), verdroging tegen te gaan en verontreiniging van bodem, lucht, grond- en oppervlaktewater te voorkomen.

Al deze principes moeten voor elk park of groenelement vastgelegd worden in een beheerplan voor 20 jaar. Om dit op te maken moeten een aantal stappen doorlopen worden. Eerst worden alle terreineenheden geïdentificeerd en nauwkeurig op kaart gezet. Een terreineenheid is een eenheid van beheer, zoals een solitaire boom, een rozenperk, een vijver, een bosbestand. Tijdens een participatieronde krijgen de gebruikers inspraak in het beheer van 'hun' park of groenelement. Om alle mogelijke informatie in het beheerplan mee te nemen moet ook een uitgebreide studie gevoerd worden waarin alle mogelijke aspecten van het groenelement aan bod moeten komen. Op basis van de gegevens uit de studieronde en de participatieronde wordt een waardering gemaakt van de verschillende aspecten van het park: cultuurhistoriek, beleving en gebruik, beplantingen, milieu, natuur,…. Pas nadat de afweging is gebeurd en dus duidelijk is waar het park of groenelement naartoe moet, kunnen doelstellingen vastgelegd worden. Deze moeten concreet een resultaatsgericht zijn. Op basis van de doelstellingen kunnen beheerrichtlijnen opgesteld worden die het eigenlijke beheer van het park praktisch verwoorden. Een voorbeeld van een beheerrichtlijn is : 'grasveld X wordt vanaf 1 april tot 15 oktober wekelijks gemaaid'. Onontbeerlijk voor een goed beheerplan is een monitoringluik. Hierin wordt getoetst of de doelstellingen gehaald worden. Zo kunnen beheer of doelstellingen aangepast worden. Beheerplanning is dus een cyclisch proces.

Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft in 2004 het Vademecum beheerplanning gepubliceerd. Dit is een onmisbaar werkdocument voor iedereen die een beheerplan wil opstellen. De technische uitwerking van de doelstellingen voor de verschillende terreineenheden gebeurt in de Technische Vademecums, eveneens uitgegeven door het ANB. Momenteel zijn reeds de Technische Vademecums Water en Grasland beschikbaar. Het Technische Vademecum Bomenbeheer is in opmaak. Delen rond beplantingen, infrastructuur en ontwerp worden de volgende jaren uitgewerkt.

lectuur

Vademecum Beheerplanning - ANB
Technisch Vademecum Water - ANB
Technisch Vademecum Grasland - ANB http://www.harmonischparkengroenbeheer.be

categorieën