Groenbeheer is niet hetzelfde als natuurbeheer, omdat natuurbeheer van toepassing is op natuur in de open ruimte (denk aan hooilanden of heide, maar ook meer menselijke elementen zoals een holle weg). Er zijn echter wel veel raakvlakken. Groenbeheer houdt het beheer in van de 'natuur' in de stedelijke of verstedelijkte omgeving. Groen in de stad of in een dorp is er in alle maten en vormen, van het onkruid tussen de stenen van het voetpad over de bloembakken aan het gemeentehuis tot het stadspark met de vijver en de eendjes. Ook het beheren van straatbomen, het maaien van grasvelden en soms ook het beheer van gevelbegroening en groendaken rekent men tot de taken van een groenbeheerder.
Groenbeheer speelt zich af in de nabijheid van de mens en gebeurt ook in de eerste plaats voor de mens. We spreken hier dus niet enkel over groen in de stad. Ook het beheer van een boom langs een straat op het platteland behoort tot het takenpakket van een groenbeheerder. Zo'n boom wordt net als zijn collega's in de stad in grote mate beïnvloed door de mens. Zo zijn er verhardingen, nutsleidingen, snoeibeurten, strooizout.
De levenskwaliteit in een straat, dorp of stad met bomen, plantsoenen en parken is veel groter dan die in een betonnen woestijn zonder groen. Toch is het voor een groenbeheerder vaak moeilijk de aanwezigheid en het overleven van de natuur te verzoenen met de wensen van de omwonenden. Vaak is het al moeilijk om aan de verschillende wensen van verschillende mensen te voldoen. In de herfst zullen afgevallen bladeren en verwelkte planten voor sommigen misschien een slordige indruk geven terwijl in de zomer de schaduw van een straatboom voor problemen kan zorgen. Hier moet de groenbeheerder de verschillende verwachtingen afwegen tegenover elkaar om die op een evenwichtige manier te laten samengaan. Deze manier van denken wordt verder uitgewerkt in het Harmonisch Park- en Groenbeheer.
Een belangrijk deel van de tijd van een groenbeheerder wordt opgeslorpt door het coördineren van het onderhoud van de verschillende groenelementen waarvoor hij verantwoordelijk is. Gevelbegroening en straatbomen moeten af en toe worden gesnoeid en planten in bakken moeten water krijgen. Grasvelden moeten gemaaid worden en onkruid moet bestreden worden. Aangezien het gebruik van onkruidverdelgers door openbare besturen verplicht moet worden afgebouwd, moet daar bovendien naar een creatieve oplossing gezocht worden. Veel van deze taken worden nu vaak uitgevoerd in een jarenlange routine, zonder dat ze in vraag worden gesteld. Is het wel nodig om alle grasvelden elke week te maaien? Moeten straatbomen wel gekandelaard worden op plaatsen waar er ruimte is om ze te laten uitgroeien? Moet een veldweg wel met man en macht volledig onkruidvrij gehouden worden? Kunnen de onderhoudsintensieve eenjarigen in de bloembakken en plantsoentjes niet vervangen worden door vaste planten? Dit is de denkoefening die veel groenbeheerders nu maken en die op termijn zal moeten leiden tot een hedendaagse visie op groenbeheer. Zo kan de groenbeheerder zijn tijd, geld en energie zo duurzaam en efficiënt mogelijk investeren in het openbaar groen.
Groenbeheer, een verhaal met toekomst - Martin Hermy