Een gelijkvormig hooghout is een bos dat bestaat uit opgaande bomen met allemaal ongeveer hetzelfde formaat. De bomen hebben een gelijkaardige hoogte en dat wil zeggen dat ze waarschijnlijk tegelijk vertrokken zijn. Tussen de grond en de boomkruinen is er weinig of geen groen van kleine boompjes.
Het gelijkvormig hooghout is het klassieke bomenbos zoals we dat kennen van de Kempense dennenbossen, de populierenbossen en de beuken van het Zoniënwoud. Allemaal hebben ze gemeen dat de bomen ooit samen zijn aangeplant op een open terrein (bv. na kaalkap). Er is slechts één dominante etage, namelijk die van de boomlaag. Door niet of matig te dunnen wordt de kroonlaag redelijk dicht gehouden en daardoor is er te weinig licht over om een nevenetage van betekenis te laten ontwikkelen. Doordat de kroonlaag min of meer gesloten is, staat er een grote houtvoorraad. Een gelijkvormig hooghout heeft een matig ontwikkelde bosstructuur, wat voor veel organismen niet zo interessant is.
Gelijkvormige bossen hebben meestal een weinig gevarieerde bosstructuur. Om de structuurvariatie te verbeteren, heb je meer licht in de lagere regionen van het bos nodig. Op korte termijn kan dat het meest doeltreffend door sterk en variabel te dunnen.
Bij natuurlijke bosontwikkeling neigt de interne vegetatieontwikkeling naar meer gelijkvormigheid terwijl externe krachten zoals verstoring dikwijls ongelijkvormigheid tot gevolg hebben. Het evenwicht tussen groei van de bomen enerzijds en aard, schaal, sterkte en terugkeersnelheid van verstoring anderzijds bepalen dan in grote mate de structuur van het bos.