Sommige soorten zijn niet afkomstig uit onze streken. De mens heeft ze in ons land ingevoerd, al dan niet opzettelijk. Het invoeren van een nieuwe soort in onze natuur wordt een introductie genoemd. De uitgezette soorten noemt men exoten. Dit in tegenstelling tot inheemse soorten.
Introductie is het bewust of onbewust uitzetten in de vrije natuur van een soort (of ondersoort) op een plaats waar die sinds historische tijden niet (meer) voorkwam. Deze soorten worden dan exoten genoemd. Dit impliceert dat het invoeren van nieuwe soorten vee, huisdieren, akkergewassen etc... geen introducties zijn aangezien het hier niet de vrije natuur betreft. Ontsnappen deze, en kunnen ze overleven in het wild betreft het wel een introductie. Het uitzetten van grote grazers in natuurgebieden (pony's, Koniks, Galloways, Highlanders,...) wordt niet als introductie aanzien. Zo zijn er in West-Europa in de loop der tijden veel bewuste introducties gebeurd. Dit had diverse redenen zoals de jacht (Konijn, Fazant, Damhert, ..), visvangst (Zonnebaars, Karper), biologische pestbestrijding (Graskarper, vele roofinsecten,..) en sierdieren (Canadese gans, Nijlgans, mandarijneend,...).
Meer soorten nog zijn onbewust geïntroduceerd, ofwel door gebruik te maken van menselijk vervoer en handel (Huismuis, Bruine rat, Zwarte rat, Wolhandkrab, Amerikaanse boormossel,...), ofwel door ontsnappingen uit pelsdierkwekerijen (Muskusrat, Beverrat, Amerikaanse nerts, Wasbeer, Wasbeerhond), uit kooitjes en tuinen (Koreaanse grondeekhoorn, Grijze eekhoorn, Halsbandparkiet, vele eenden zoals de Rosse stekelstaart, Amerikaanse smient,....
Een aantal van deze ingevoerde boomsoorten hebben zich goed aan onze bosecosystemen aangepast. Ze groeien niet alleen goed, maar bloeien ook, en vormen vruchten die kiemkrachtig zijn. Ze zijn dus in staat zich bij ons voort te planten. Soms ontstaan daardoor problemen, waarbij de uitheemse soorten de inheemse gaan verdringen (bijv. Amerikaanse eiken verdringen onze Zomereik en Wintereik. Amerikaanse eiken vormen een grote kruin en een dikke laag strooisel zodat de jonge boompjes van onze inlandse eiken niet meer groot kunnen worden).

De Canadese gans is een beruchte exoot die redelijk wat schade veroorzaakt aan zijn omgeving.
Niet elke exoot heeft hetzelfde karakter. Zo worden niet-inheemse planten momenteel als volgt ingedeeld:
- gekweekt: planten die zelden of nooit verwilderen (engelenboom, gewone vleugelnoot …).
- efemeer: planten die niet lang kunnen overleven (zegekruid);
- standhoudend: soorten die ter plaatse blijven met beperkte mogelijkheid tot vermeerderen (Japans hoefblad, meisjesogen,);
- ingeburgerd: levensvatbare populaties (Oosterse klaproos, kale gierst, gapende gierst).
- invasief: ingeburgerde soorten die ver buiten de oorspronkelijke plaats van introductie doordringen in (half)natuurlijke milieus, al dan niet met ecologische en/of economische schade tot gevolg (Amerikaanse vogelkers, Japanse duizendknoop)
Het is niet makkelijk te voorspellen hoe een soort gaat reageren als hij in een nieuwe regio wordt binnengebracht. Algemeen wordt de regel van tienden gebruikt, die vooral bij plantensoorten zijn waarde lijkt te hebben. Van de soorten die worden ingevoerd zal :
- 10% ontsnappen
- daarvan 10% overleven in het wild
- daarvan 10% duurzame populaties maken
- en nog eens daarvan 10% een pest worden
Dus, van de 1000 soorten ingevoerd, zullen er 100 ontsnappen, 10 duurzame populaties vormen, en 1 een pest worden
Voor fauna blijken de cijfers toch iets anders te liggen, blijkbaar kunnen zij zich beter aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Bij gewervelden is aangetoond dat hier eerder de regel van 50 % geldig is, dus de helft ontsnapt, de helft daarvan overleeft etc..
Een belangrijke bron van exoten in waterecosystemen (kusten en brakwater met name) is ballastwater van schepen. Jaarlijks wordt ongeveer 4 000 000 000 ton ballastwater de wereld rondgesleept. Daarin zitten naar schatting 7000 soorten. Zo zijn er recent minstens 150 ongewervelden ontdekt in Noordzee.
Het beleid zit rond de zaak wat met de handen in het haar. De toevloed is groot en de ecologische gevolgen kunnen maar moeilijk worden ingeschat. Belangrijk is het voorkomen van nieuwe soorten die in onze natuur opduiken, maar als ze al aanwezig zijn wordt het moeilijker. Van een aantal soorten staat nu vast dat ze veel schade aanrichten of plaatselijk een probleem zijn zoals Canadese gans, grijs kronkelsteeltje, Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik. Momenteel worden de exoten verdeeld in verschillende lijsten, naar analogie van de bedreigde soorten die op een Rode lijst prijken.
De Zwarte lijst bevat dan soorten die al ergens in de Europese unie als zeer invasief zijn genoteerd of soorten die bijna zeker problemen gaan geven als ze worden ingevoerd. De grijze of Witte lijst zijn soorten met een beperkt risico, zoals kan verwacht worden door jarenlange monitoring. Met laat dus de witte lijst gerust en concentreert zich op de zwarte. Of dit een goed systeem is maar de vraag. Aan de reeds invasieve soorten van de Zwarte lijst is veelal niks meer te beginnen tenzij met een enorme inzet van middelen en ecologische schade. De soorten van de witte lijst zijn dikwijls wel nog aan te pakken. Het is ook al aangetoond dat zijn kunnen doorgroeien naar zwarte-lijstsoorten zoals de Canadese gans en het Aziatische veelkleurig lieveheersbeestjes. Na vele decennia geen problemen te hebben veroorzaakt zijn ze nu op korte tijd uitgegroeid tot de top van probleemexoten.
In 2002 stelde Koen Van Den Berge een wetenschappelijk afwegingskader op voor de introductie en bestrijding van exoten. De aanbevelingen uit het rapport worden echter niet toegepast. Een belangrijke conclusie is dat om de kosten veroorzaakt door exoten te drukken, voorkomen moet worden dat ze in de natuur terechtkomen. Desondanks zien we dat er nog steeds nieuwe exoten onze ecosystemen binnenkomen. Het blijkt zelfs dat het aantal zich blijvend vestigende soorten steeds sneller toeneemt.
Nog een pittig detail, als we naar de wereldtop van de ergste exoten kijken zien we dat daar redelijk wat soorten bijzitten die bij ons inheems zijn maar op andere continenten problemen veroorzaken. Enkele voorbeelden zijn : Karper, Edelhert, Huiskat, Japanse duizendknoop, Plakker, Huismuis, Hermelijn, Beverrat, Regenboogforel, Konijn, Strandkrab, Zeeden, Stierkikker, Zwarte rat, Zeeforel, Spreeuw, Everzwijn, Wesp, Roodwangschildpad
Het IUCN beschouwt exoten dan ook als de tweede grootste bedreiging voor de biodiversiteit na habitatvernietiging.
- http://www.wew.nu/exoten/soorten.php
- http://daisie.ckff.si/
- http://www.issg.org/database/welcome/
- http://www.inbo.be/content/page.asp?pid=FAU_EXO_start
- het rapport over het beheer van verwilderde exotische watervogels
http://www.inbo.be/docupload/865.pdf