Een estuarium is een verbrede riviermonding, waar zoet rivierwater en zout zeewater vermengd worden en zodoende brak water ontstaat. Eb en vloed zijn nog van sterke invloed. Wanneer een rivier als een stelsel van aftakkingen uitmondt spreekt men van een delta.
De Schelde is één van de laatste en meest natuurlijke estuaria van West-Europa. Beginnend (in Frankrijk) als een vrij smalle rivier wordt ze stroomafwaarts richting Gent langzaam breder. Opvallend zijn de getijden op de Schelde - vanaf Gent, omdat daar sluizen en stuwen het getij tegenhouden. Vanaf Gent staat de rivier rechtstreeks in verbinding met de zee, zonder sluis of stuw. Tussen Gent en de Belgisch-Nederlandse grens heet de Schelde daarom de Zeeschelde - daarnaast bestaat het Schelde-estuarium uit de Westerschelde, het deel van de stroom in Nederland (tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de monding).
Het ongewone aan de Schelde is dat de getijden van de zee heel diep landinwaarts waar te nemen zijn, tot aan hetsluizencomplex van Gent, zo'n 160 km van de zee. Zelfs in de zijrivieren van de Schelde zoals Durme, Rupel, Nete en Zenne zijn er metershoge verschillen tussen hoog en laag tij.
Het verschil tussen de monding van de Schelde en die van de Amazone en de Nijl zit in de waterafvoer. In de riviermondingen van de Amazone en de Nijl overheerst de rivierafvoer. Die rivieren monden in de zee uit met een relatief zwakke getijdenbeweging. Bij de Schelde is dat niet het geval.
Gedurende één etmaal voert de Schelde ruim tien miljoen kubieke meter water naar zee. In dezelfde tijdspanne is bij Vlissingen een honderd keer grotere hoeveelheid zeewater, namelijk ruim 1 miljard kubieke meter, het estuarium in- en uitgestroomd.Het estuarium is zo een uniek overgangsgebied van rivier naar zee. Het zoute zeewater vermengt zich geleidelijk met het zoete rivierwater waardoor een zout-zoetgradiënt ontstaat.
Meer info op http://www.scheldenet.nl/?url=/nl/natuur2/fysisch/estuarium