Het landschap kan vanuit de lucht gezien worden als een mozaïek van verschillende vlakjes: akkers, stukken bos, weilanden,... Het kleinste uniforme deeltje van dit landschap wordt ecotoop genoemd. Dit vlakje kan beschouwd worden als een ecosysteem met bepaalde levende (planten en dieren) en niet-levende (water, wind, licht...) componenten. Het ecotoop doelt dus op een plek die een soort of een groep van soorten aantrekt en redeneert niet vanuit het standpunt van één soort.
Zo kunnen we bijvoorbeeld een weiland als ecotoop beschouwen. Een weiland bestaat uit verschillende grassoorten waarop dieren grazen maar ook waarin dieren verblijven of zich verschuilen. De grassoorten en al deze dieren zijn de biotische factoren van het ecotoop. Als abiotische elementen van het weiland zijn onder meer de aanwezige voedingsstoffen, de invallende zonnestraling en de bodem bepalend. Waar deze verzameling van onderdelen duidelijk verandert, bijvoorbeeld indien een bos aan dit weiland grenst, stopt ook het ecotoop 'weiland' en gaat dit over in een ander landschapstype (of ecotoop), hier 'bos'.
Het begrip biotoop is erg verwant met het begrip ecotoop. Beide begrippen duiden vaak hetzelfde. Het begrip ecotoop wordt meestal gebruikt in landschapsecologie, het begrip biotoop meer in de gewone ecologie.