Ecodistricten zijn ruimtelijke eenheden die sterk gelijkende eigenschappen hebben wat betreft in de tijd zeer langzaam veranderende processen zoals klimatologie (mbt. het weer), geologie (mbt. bodem en aarde), reliëf, geomorfologie (processen die het landschap vormen of hebben gevormd vb. werking van de zee) en (grond)waterhuishouding. De bodemtypes (vb. bosbodem, veengrond) die in het ecodistrict voorkomen, hangen van deze processen af zodat alle gebieden die deel uitmaken van het ecodistrict ook een vergelijkbare gevoeligheid voor milieustoringen vertonen. Na het aangrijpen van milieueffecten op bovenstaande niet-levende factoren (bodem, water,…) neemt men aan dat deze zich doorzetten op de levende elementen in het district (planten, dieren).
Een voorbeeld van een afgebakende zone met gelijkende eigenschappen is het kustduinendistrict. Dit gebied wordt gekenmerkt door een aantal specifieke, identieke omgevingsfactoren zoals strand en kustduinen, invloed van zowel zoet als zout water, zandige bodem,… Indien er nu in deze omgeving een overstroming optreedt, dan zal dit zorgen voor veranderingen op het strand en in de duinen maar ook met betrekking tot bijvoorbeeld de waterhuishouding. Al deze abiotische kenmerken van het district wijzigen dus door de overstroming zodat ook planten en dieren die in dit gebied leven, reageren op deze milieustoring. Zij hebben immers al deze karakteristieke elementen nodig om te leven.
In Vlaanderen zijn al 36 voorlopige ecodistricten onderscheiden. Voor natuur- en milieubeleid is de indeling van Vlaanderen in abiotisch (niet-levende) homogene gebieden als ruimtelijke eenheden zeer aangewezen voor het inschatten van problemen en mogelijkheden op vlak van milieu en natuur. Zo kan men deze gebiedsgericht aanpakken om zowel de milieukwaliteit als de algemene kwaliteit van de leefomgeving te beschermen of te verbeteren. Om de toepasbaarheid en bruikbaarheid van ecodistricten voor een dergelijk gebiedsgericht milieubeleid te vergroten, zijn ook gevoeligheidskaarten opgesteld voor de milieuthema's verdroging, verzuring en vermesting. Dit zijn de belangrijkste milieuproblemen in Vlaanderen die via een wijziging van de niet-levende omgevingskenmerken een grote invloed kunnen hebben op de samenstelling van vegetatie en fauna.
Couvreur, M., Menschaert, J., Sevenant, M., Ronse, A., Van Landuyt, W., De Blust, G., Antrop, M. en Hermy, M. (2004) Ecodistricten en ecoregio's als instrument voor natuurstudie en milieubeleid. Natuurfocus 3(2), 51-58
http://www.biw.kuleuven.be/lbh/lbnl/ecology/pdf-files/pdf-art/martine/ecodistricten_Natuurfocus_2004.pdf
Antrop, M., Geypens, M., Hermy, M. en De Blust, G. (2002) Ecodistricten: Ruimtelijke eenheden voor gebiedsgericht milieubeleid in Vlaanderen.
http://www.inbo.be/docupload/1323.pdf