De criteria duurzaam bosbeheer vormen een leidraad voor verantwoord bosbeheer in Vlaanderen. Ze werden in 2003 door de Vlaamse Regering ingevoerd en zijn verplicht voor alle openbare bossen en voor alle andere bossen (dus ook privé-bossen) die in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) liggen. Aan de hand van de criteria moeten de biologische diversiteit, de productiviteit en de vitaliteit van de bossen gevrijwaard worden, zodat ze ook voor toekomstige generaties nog hun functies kunnen vervullen.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen principes, criteria en indicatoren. Duurzaam beheer gaat uit van een aantal principes. Om die principes te realiseren, moet het beheer aan bepaalde criteria voldoen. De criteria moeten eenvoudig, duidelijk, significant en controleerbaar zijn. Of een criterium wordt nageleefd, wordt nagegaan aan de hand van indicatoren. Pas wanneer kan worden aangetoond dat aan de verschillende indicatoren is tegemoet gekomen, wordt een bos 'duurzaam beheerd'.
Niet elk deel van het bos zal op elk moment aan de criteria duurzaam bosbeheer kunnen voldoen. Er kan wel op worden toegezien dat het bosbeheerplan met de criteria rekening houdt. De beheermaatregelen in het beheerplan moeten aantonen dat de indicatoren binnen een aanvaardbare termijn en op een verantwoorde wijze zullen worden bereikt.
Om alles wat conreter te maken, een voorbeeld.
Het 4e principe van het duurzaam bosbeheer luidt: "Bosbeheer zal de ecologische functies van het bos in stand houden door het bewaren of verbeteren van de biologische diversiteit, het natuurlijk milieu, de unieke en kwetsbare ecosystemen en landschappen en door de instandhouding van habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten."
Om dit principe wat concreter te maken, zijn 4 criteria opgenomen. Het derde daarvan luidt: "De bosbeheerder ziet erop toe dat bij het beheer bos-vreemde stoffen en producten zo veel mogelijk uit het bos worden geweerd."
Om dit nóg concreter en controleerbaar te maken, zijn aan dit criterium 4 indicatoren gekoppeld, namelijk:
Indicator 4.3.1: Olieverversingen van machines zijn in het bos niet toegestaan.
Indicator 4.3.2: Bij het aanwenden van motorzagen wordt alleen biologisch afbreekbare kettingolie gebruikt.
Indicator 4.3.3: De bosbeheerder gebruikt geen genetisch gemanipuleerde organismen.
Indicator 4.3.4: Voorzover dat nog niet wettelijk is geregeld, is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet toegestaan, tenzij het gebruik van glyfosaat voor het bestrijden van niet-inheemse agressieve soorten (onder meer de Amerikaanse vogelkers) in een planmatige en gecombineerde mechanisch-chemische bestrijdingsmethode. Deze uitzondering geldt zolang er geen ecologisch beter verantwoord product of verantwoorde methode met dezelfde efficiëntie beschikbaar is en pas nadat de noodzaak en mogelijke alternatieven vooraf werden overwogen en uitgeprobeerd. Het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen is toegestaan bij zorgvuldige toepassing en controle, zonder af te wijken van geldende wetgeving of internationaal erkende wetenschappelijke voorschriften.
Zo zijn er zes principes met elk een aantal criteria en daaraan verbonden een aantal indicatoren.
De criteria kunnen in 5 groepen worden onderverdeeld:
De eerste groep gaat over het vrijwaren van de socio-economische functies.
Hij omvat criteria over de naleving van wettelijke regelingen, de erkenning van het belang van participatie, de aandacht voor recreatieve en cultuurhistorische elementen, en de uitbouw van scholings-, gezondheids- en veiligheidsvoorzieningen.
De tweede groep wil de productie- en economische functies waarborgen en omvat criteria die onder meer gericht zijn op het behoud van het bos en de standplaatskwaliteit, de capaciteit van natuurlijke regeneratie en de bosbeheer- en exploitatievormen.
Groep drie en vier bevatten criteria rond milieuaspecten. Daarbij is 'milieu' niet alleen de atmosfeer, de bodem en het water, maar ook de ecosystemen, de flora, de fauna en de overige organismen andere dan de mens. Zo omvat groep drie criteria voor het behoud en de bescherming van het milieu, tegen onder meer verzuring en vermesting, terwijl groep vier criteria omvat voor het behoud en de bevordering van de biodiversiteit in bosecosystemen.
Groep vijf handelt over planmatig en controleerbaar beheer en omvat verschillende criteria voor rond beheerplannen en de implementatie daarvan.
Een artikel over de criteria duurzaam bosbeheer vindt u op de site van de VBV (Vereniging voor Bos in Vlaanderen): http://www.vbv.be/nme/nme_bosrevue_artikel2_cdb.pdf
En op de site van Landelijk Vlaanderen: http://www.landelijkvlaanderen.be/Criteriaduurzaam.htm
De volledige tekst is te raadplegen op: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/api2.pl?lg=nl&pd=2003-09-10&numac=2003035996