Na een bepaalde (successie)tijd zal de soortensamenstelling en het aandeel van de verschillende soorten t.o.v elkaar niet veel meer wijzigen. We hebben dan een stabiele situatie, de climaxvegetatie. In België is dit op bijna alle plaatsen loofbos.
Het proces waarbij begroeiing zich in een 'nieuw' gebied (vb. een kale bodem, een onbegroeide waterplas) vestigt en ontwikkelt, wordt successie genoemd. Doordat planten steeds opnieuw de groeiomstandigheden op de plek wijzigen; komen er andere soorten in het gebied. Deze nieuwe concurreren de reeds aanwezige weg waardoor een ander type vegetatie ontstaat. Verschillende vegetatietypes volgen zo elkaar op: pionier, grasland, ruigte,...
Dit proces, dat een lange tijdsperiode inneemt, zal op een bepaald ogenblik stoppen indien de klimaat- en bodemfactoren nagenoeg gelijk blijven. De soortensamenstelling blijft dan min of meer constant, net als het aantal individuen van elke soort. Er onstaat een dynamisch evenwicht waarbij slechts geringe schommelingen rondom een gemiddelde plaatsvinden. Deze levensgemeenschap is de eindtoestand van de successiereeks en wordt climaxvegetatie, of beter, climaxecosysteem genoemd. In België bestaat de climaxvegetatie vooral uit loofbos. Hoe dit bos uiteindelijk ontstaat, kan je lezen bij het woord 'successie'.
Wanneer er een verstoring plaats vindt die groot genoeg is om de climaxvegetatie te vernietigen, start er een nieuwe successie. Ook is het mogelijk om via beheer (bv. maaibeheer) een bepaald successiestaduim (bv. grasland) vast te houden. De climaxvegetatie kan zich dan niet ontwikkelen.