woordenboek    encyclopedie

Bostypen

“Zoek de gelijkenissen en verschillen in de soortensamenstelling van bossen.”

definitie

Alle bossen zijn verschillend maar sommige lijken qua vegetatie meer op elkaar dan andere. Op basis van gelijkenissen in de van nature aanwezige plantensoorten kan men de bossen indelen in verschillende bostypen.

abstract

Om het bostype te bepalen, gaat men na welke plantensoorten er in het bos voorkomen. Kruidachtige planten, varens en mossen kunnen de eigenschappen verklikken van de standplaats waarop ze groeien (bijv. brandnetels geven aan dat de bodem onder hen rijk is aan stikstof). Ook boomsoorten kunnen zo een indicator zijn, maar dit is niet noodzakelijk. Het kan gebeuren dat een bos ingedeeld is bij de Berken-Eikenbossen, maar volledig uit Grove den en Corsicaanse den bestaat omdat die daar geplant zijn. De vegetatie ontstaat meestal spontaan en is dus minder door mensen beïnvloed. Daarom worden deze gebruikt om het bostype te bepalen.

figuur

Deel van een presentatie over de nieuwe bostypes, door Johnny Cornelis van het INBO

uitgebreid

Recent is een nieuwe typologie voor Vlaanderen opgesteld. Er werden verschillende typologieën naast elkaar gebruikt zoals die van Westhoff, Van der Werf, Rogister en Roelandt om er maar enkele te noemen. Nu is op basis van 14.000 Vlaamse vegetatieopnames uit bossen (waaruit een selectie van 6500) een classificatie gemaakt aangepast aan de Vlaamse situatie. Hieruit zijn 10 typegroepen onderscheiden die 30 bostypes bevatten (met nog 14 subtypes).

De typegroepen zien er als volgt uit (met tussen haakjes een zeer korte omschrijving) :

Bossen op rijke bodems :

A) Esdoorn-Abelenbos (duinbossen met duindoorn, liguster en struisriet)
B) Wilgenvloedbos (de vloedbossen van de grote rivieren)
C) Elzenbroekbos (moerasbos met gele lis, wolfspoot en kattenstaart)
D) Essen-Elzenbos (vochtig bos met met moerasspirea en hondsdraf)
E) Iepen-Essenbos (zeldzamer type met sneeuwklokje, look-zonder-look en zevenblad)
F) Esdoornen-Essenbos (bossen op kalk met bosrank, kruisbes en kardinaalsmuts)
G) Essen-Eikenbos (bossen met massale voorjaarsflora van wilde hyacint en bosanemoon)

Bossen op armere bodems :

H) Eiken-Beukenbos (bossen met adelaarsvaren, lelietje-van-dalen en hazelaar)
I) Dennen-Eikenbos (algemeenste bostype, typisch Kempisch bos met bochtige smele)
J) Berken-Elzenbos (nattere zure bossen met veenmos en wilde gagel)

Daarbij is voor de naamgeving gekozen voor soorten die in de betreffende types steeds én preferentieel voorkomen in de huidige situatie, niet in de gewenste of potentiële vegetatie. Deze regel is ook toegepast voor de types zelf. Deze worden hier verder niet behandeld maar zullen in het nieuwe rapport beschreven worden.

Dat rapport verschijnt in de loop van 2007 op de site van het INBO en geeft meer uitleg over deze nieuwe classificatie, met een determinatietabel, foto's, tabellen met een koppeling naar oudere naamgevingen etc..

lectuur

Van der Werf, S. (1991). Natuurbeheer in Nederland, deel 5, Bosgemeenschappen. Pudoc, Wageningen, 375pp.
Noirfalise, A. (1984). Forêts en stations forestières en Belgique. Les presses agronomiques de Gembloux, 234pp.
Roelandt, B.(2001). De bosinventarisatie van het Vlaamse Gewest. Deel 3 : Vegetatiekundige resultaten. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, p. 215-485.
Over de nieuwe typologie :
http://www.inverde.be/content/pdf/studiedag_inbo2007/voordracht2.pdf

categorieën