Anemo staat voor wind, gamie voor bevruchting. Anemogamie is dus bevruchting met behulp van de wind.
We noemen wind ook de vector die voor de bevruchting zorgt. Insecten kunnen ook zo een vector zijn, we spreken dan van entemogamie, entemo staat voor insecten. Wanneer wind voor de verbreiding zorgt van de zaden spreken we van anemochorie. Chorie staat voor verbreiding van de zaden.
Bij de bevruchting worden dus pollenkorrels door de wind van de ene plant naar de andere verbreidt. In pollenkorrels ook wel stuifmeel genoemd zitten de mannelijke geslachtcellen van planten. Geslachtcellen noemen we ook wel gameten, zie de analogie met gamie. Gamie is dus de verbreiding van gameten.
Planten die op de wind rekenen om hun pollenkorrels te verbreiden, vormen veel pollenkorrels en hebben vederachtige stempels. Typische windbestuivers zijn grassen. Ook vele boomsoorten zoals berken, beuken en eiken verbreiden hun pollenkorrels met de wind.