De Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) is een uitheemse loofboomsoort die in onze streken vooral in naaldbossen werd aangeplant vanwege het bodemverbeterend effect. Deze exoot verspreidde zich echter zo massaal dat andere soorten werden verdrongen en hij de naam 'bospest' meekreeg.
Amerikaanse vogelkers komt van nature voor in Noord- en Midden-Amerika. De soort werd al in de 17e eeuw in Europa ingevoerd, maar werd pas na 1900 massaal aangeplant, vooral in naaldhoutbestanden. De bladeren van deze soort breken relatief goed af wat een betere humus oplevert. Dit moest leiden tot een minder dik strooiselpakket, een voedselrijkere bodem en dus een betere groei van de dennen.
Vanuit de aanplantingen, die dienst deden als zaadbron, heeft de soort zich verspreid naar andere dennenbossen. Bosbeheersmaatregelen zoals bodembewerking, bemesting en kaalkap speelden deze exoot met grote zaadproductie en snelle groei in de kaart.
Amerikaanse vogelkers vormt een dicht scherm zodat natuurlijke verjonging van andere soorten bijna onmogelijk is. Doordat andere soorten zich niet kunnen vestigen, ontstaan bossen met weinig soorten, weinig strucuurvariatie en een lage biodiversiteit. Amerikaanse vogelkers palmt overigens niet alleen bossen in, maar ook heide en graslanden.
De exoot is niet alleen natuurliefhebbers maar ook bosbouwers een doorn in het oog. Een dichtgesloten onderetage van Amerikaanse vogelkers is bij veel beheersmaatregelen erg hinderlijk. Bovendien ontstaat er een competitie om voedsel en water met de hoofdboomsoort. Vooral op droge standplaatsen onderschept Amerikaanse vogelkers met zijn oppervlakkig wortelstelsel een grote hoeveelheid water en voedingsstoffen, nog voor de dieper wortelende dennen er toegang toe hebben.
De soort heeft weliswaar ook enkele voordelen. Amerikaanse vogelkers levert goede humus, de bessen zijn een voedselbron voor vogels en in de dichte ondergroei vindt wild een schuilplaats. De voordelen zijn echter niet soortspecifiek en pleiten dus niet voor het behoud van de soort. Ook Lijsterbes en Sporkehout kunnen die rol spelen, zijn inheems en hebben niet de nadelen van de Amerikaanse vogelkers.
Amerikaanse vogelkers wordt op verschillende manieren bestreden.
Rooien, het verwijderen van de volledige plant inclusief het wortelstelsel, is veruit de radicaalste methode.
Ze heeft als nadeel dat de bodem ernstig wordt verstoord en dat zo een ideaal kiembed voor nieuwe vogelkerszaailingen ontstaat.
Wanneer de bomen enkel tot op grondniveau worden omgezaagd, kan de stobbe met met herbiciden worden ingesmeerd om opnieuw uitlopen te voorkomen.
Verder kunnen de bomen worden geringd, en kunnen stam en/of bladeren met herbiciden worden behandeld. Bij het ringen wordt rondom de boom de bast over een tiental centimeter weggehaald. Dit stopt de voedseltoevoer van bladeren naar wortels en de boom sterft. Er bestaat ook een biologisch bestrijdingsmiddel op basis van de loodglansschimmel.
Amerikaanse vogelkers vogelvrij. Richtlijnen tot integrale bestrijding. Diego Van Den Meerschaut. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Milieu, Natuur, Land- en Waterbeheer, afdeling Bos en Groen (nu Administratie Natuur en Bos, ANB)