Om concurrentie te vermijden kunnen sommige organismen chemische stoffen afscheiden die de groei en ontwikkeling van andere soorten in hun buurt bemoeilijken of zelfs stoppen.
Er zijn nog niet zoveel voorbeelden gekend van deze vorm van omgaan met concurrentie. Uit recent onderzoek blijkt dat de waterplant krabbenscheer stoffen kan afscheiden die de groei van algen kunnen tegengaan. Hierdoor blijft het water helder, en is de krabbenscheer dus verzekerd van voedsel en licht. Van sommige soorten wordt dit wel beweerd, maar zijn er nog geen harde bewijzen, zo zou Adelaarsvaren kieming van boomzaden of de groei van kiemplanten verhinderen. Dit zou echter evengoed door concurrentie voor licht, water of voedingsstoffen kunnen zijn.
Een vorm van allelopathie waar ook de mens mee te maken krijgt zijn de gifstoffen afgescheiden door bepaalde bacteriën. Zo kunnen cyanobacteriën (soms verkeerdelijk blauwgroene algen genoemd) gifstoffen afscheiden om hun predatoren, bijvoorbeeld watervlooien)op een afstand te houden. Als die cyanobacteriën met veel zijn spreken we van algenbloei en wordt het water door de giftige stoffen ongeschikt om in te zwemmen. Opmerkelijk is wel dat niet alle cyanobacteriën dat doen.
Mulderij et al. 2005. Allelopathic inhibition of phytoplkankton by exudates from Stratiotes aloides. Aquatic botany 82:284-296