Verbreiding van diasporen (Zaden, sporen, plantendelen,...) door middel van de mens en meer specifiek voertuigen. Met name in het natuurbeheer is het een gekend verschijnsel dat plantenzaden kunnen meereizen met maaimachines, maar ook langs spoorwegbermen valt op dat cultuurvolgers zich snel kunnen uitbreiden door met treinen mee te reizen.
Hoewel op herintroductie een soort taboe rust, is het bij natuurbeheerders geen ongewoon verschijnsel van zeer gericht de volgorde van de te maaien mercelen te kiezen in het kader van plantenverspreiding. Het is immers zo dat in en op een maaimachine heel wat plantenzaden kunnen meereizen. Uit onderzoek (Couvreur, 2002) is gebleken dat dat kan oplopen tot 25.000 zaden van 55 soorten! Het belang hiervan kan dus nauwelijks worden onderschat. Niet alleen worden zaden zo door het perceel verspreid, bij het niet reinigen van de machines tussen percelen kunnen planten vrij snel andere gebieden koloniseren.
Dit verschijnsel is dus onnatuurlijk, maar is te vergelijken met het natuurlijk verspreiden van zaden door dieren (anemochorie), vroeger moeten grote grazers, ganzen e.d. veel zaden hebben verspreid door het landschap. Een dynamiek die nu grotendeels weggevallen is. Indien de afstanden die met de machines worden afgelegd niet "onnatuurlijk" groot zijn kan agestochorie een belangrijke rol vervullen als connectiviteit tussen nabijgelegen natuurgebieden.
Couvreur M. & M. Hermy, 2002. Verspreiden van zaden door maai- en graasbeheer. Nauurpunt.focus 1(1) 4:8