De aanpassing van een organisme aan zijn omgeving.
Aanpassing kan op twee manieren. Een eerste is via evolutie, daarbij verandert de hele soort geleidelijk aan. Bij de verandering van het landschap de laatste decennia heeft de merel zich aangepast door minder schuw te worden en in tuinen te gaan broeden. Dat is een adaptatie aan het menselijke landschap. Zo passen soorten zich constant aan.
Een tweede is een aanpassing van bijvoorbeeld de groeivorm, in elk geval binnen het leven van een individu. Als een poel droogvalt zullen waterranonkels in een landvorm overgaan. Ook dat is een adaptatie aan het veranderen van de leefomgeving.