Sommige insecten hebben aan het achterlijf of abdomen bepaalde aanhangsels. Deze hebben meestal een functie bij de voortplanting en kunnen dus verschillen naargelang het geslacht.
Zo hebben libellen aan het laatste segment twee aanhangsels die cerci worden genoemd. De mannetjes hebben daaronder ook nog twee anaalkleppen en de vrouwtjes meestal een legboor.
Mannelijke libellen gebruiken hun achterlijfaanhangsels tijdens de balts om het vrouwtje vast te grijpen. Ze vormen dan een paringsrad of tandem.
Vrouwelijke libellen gebruiken hun legboor of ovipositor om de eitjes in stengels van planten te leggen.